“Stimuleer kinderen, geef ze meer vrijheid!”

Denemarken organiseert de brede school op een geheel andere wijze dan Nederland. De ambassadeurs van het Landelijk Steunpunt Brede Scholen ondervonden dat aan den lijve tijdens een studiereis. “We kunnen veel van elkaar opsteken!” luidt hun oordeel.

Eens in het jaar neemt {breed} zijn ambassadeurs mee op reis. Zij functioneren door heel Nederland als lichtend voorbeeld van een goede samenwerking in de brede school. Ambassadeurs ontvangen regelmatig delegaties uit heel het land om te laten zien hoe het er op hun school aan toe gaat. In ruil daarvoor krijgen zij van {breed} studiepunten die ze in kunnen wisselen voor een masterclass of kort bezoek aan het buitenland. Dit maal ging de reis naar drie Deense gemeenten: Roskilde, Gladsaxe en Kopenhagen.

Individuele ontwikkeling centraal
De pedagogische visie in de Deense brede scholen, springt het meest in het oog. Waar we in Nederland gefocust zijn op methoden en manieren om kinderen aan een bepaald niveau te laten voldoen, kijken de Denen naar wat het kind nodig heeft. Ze sluiten aan bij de behoeftes van het individuele kind, in plaats van het kind langs een meetlat te leggen. Daardoor zijn Deense scholen veel minder gericht op prestatie en staat de individuele ontwikkeling daadwerkelijk centraal.

Goede randvoorwaarden
De Deense overheid schept daar een goede basis voor. Zo faciliteren gemeenten in Denemarken de dagopvang voor álle kinderen. Door de pedagogische opdracht van de overheid is de positie van de kinderopvang heel sterk. Tijdens het eerste levensjaar van hun kinderen kunnen ouders hen thuis verzorgen, dankzij een riant ouderschapsverlof. Daarna gaat ruim 90% van de kinderen naar de kinderopvang, want een groot aantal ouders werkt. De gemeente financiert de kinderdagopvang en de buitenschoolse opvang. Afhankelijk van hun inkomen betalen ouders een bijdrage aan de overheid. Kinderen gaan hier niet vanaf hun vierde, maar pas vanaf hun zesde jaar naar de ‘basisschool’ en daar gaan ze heen tot ze ongeveer zestien jaar oud zijn. Een mooie oplossing, vindt Marja Ewaart (Het Meesterwerk, Almere): “Pubers hebben het al moeilijk genoeg! Op deze manier kunnen ze in hun vertrouwde omgeving blijven zonder de druk van een andere school.”

Ruimte voor oplossingen
Vertrouwen is een kernbegrip in de Deense brede school. Elke gemeente hanteert haar eigen beleid en schetst een kader dat opvang en onderwijs zelf mogen invullen. De experts op de werkvloer zijn zelf verantwoordelijk voor de organisatie. Die opvatting trok Hanny Voskuylen, coördinator van de brede scholen in Leeuwarden, over de streep om de rol van haar gemeente ten opzichte van brede scholen anders in te vullen en de scholen meer zelf te laten beslissen. “Waarom zou je strikte regels aan scholen opleggen? We willen scholen wijzen op knelpunten, maar hun vervolgens de ruimte geven om met een eigen oplossing te komen.”

Wie ben ik?
Een voorbeeld is het beleid in de gemeente Gladsaxe. Die gemeente vraagt van onderwijs en opvang om de overdracht van de kinderen goed op elkaar afstemmen. De partners kunnen zelf bepalen hoe ze daar invulling aan geven. De kinderopvangorganisatie stelt samen met elk kind een persoonlijk koffertje samen dat vertelt ‘Wie ben ik?’. Dat koffertje neemt het kind mee van de kinderopvang naar de basisschool. Zo leert de school het kind op een speelse manier kennen. Na drie maanden brengt het kind het koffertje terug naar de kinderopvang. Op die manier zorgen school en opvang er gezamenlijk voor dat zij de ontwikkeling van het kind kunnen volgen.

Vrij om te spelen
Kinderen krijgen in Denemarken veel vrijheid. Leerkrachten en pedagogisch medewerkers proberen hen niet te beschermen tegen ‘gevaren’, maar leren de kinderen met die gevaren om te gaan. Ghislaine de Brouwer (De Spelelier, Boxtel) was daardoor blij verrast: “Bij de kinderopvang in Gladsaxe ‘hingen’ een paar peuters behoorlijk hoog in een boom. Hier zou de GGD daar meteen opmerkingen over maken, maar daar zei de pedagogisch medewerker: ze klimmen er wel weer uit hoor!” Bovendien zijn de Deense kinderen veel vaker buiten. En als het regent? Dan trekken ze gewoon hun regenpak aan!

Green Kids
De scholen stimuleren kinderen om bijzondere initiatieven te nemen door hen meer vrijheid te geven. Drie jaar geleden vond in Kopenhagen bijvoorbeeld de milieutop plaats; de school die de ambassadeurs bezochten was hierbij betrokken. Een kind vroeg na afloop van de top aan haar leerkracht: “Maar de milieuproblemen zijn toch niet voorbij?” Met haar klas maakte ze een indrukwekkende flash mob in het kader van Green Kids. Ook dit inspireerde verschillende ambassadeurs. “Wij gaan kijken hoe Green Kids op onze school binnen het aanbod van techniek en natuur past,” vertelt Judith van Wijngaarden (Mariaschool, Rotterdam).

Lees het verslag van de studiereis door Annelies Kassenberg, senior onderzoeker Integraal Jeugdbeleid aan de Hanze Hogeschool in Groningen.

De foto's bij dit artikel zijn gemaakt door Bart Jan Commissaris, ambassadeur van De Polsstok in Amsterdam.